# 21 Het parkje in slow motion

The tree from the story

Het volgende moment werd ik wakker in een parkje. Sproeiers sprongen aan en ik sprong op om het water op afstand te houden.
Nu ik tijd had om naar de wereld te kijken viel het mij op dat deze er totaal anders uit zag. Alles leek minder kleur te hebben, en alles langzamer. Verderop zag ik een paar kinderen spelen, op halve snelheid. Nu ik verder keek leek alles op halve snelheid. Alles behalve ik. Om dit te testen maakte ik er een spelletje van rondgaande sproeiers te ontwijken. Dat ging makkelijk.
In dat parkje stond een hele vreemde en oude boom. De takken van deze boom hingen over een ijzeren constructie, waardoor de boom onnatuurlijk wijd was geworden. Onder deze boom stond een bankje waar ik verwonderlijk omhoog heb zitten kijken. Waarom groeide deze boom zoals dit? Uiteindelijk besloot ik er in te klimmen.

Deze boom bestaat echt. Deze boom staat in ‘Jardin do Principe Real’, en is een high light van Lissabon. In mijn psychose was dit echter een soort confirmatie dat er hele vreemde dingen bestonden. Dingen waarvan ik niet gedacht had dat ze bestonden.

Vanaf bovenaf vond ik het helemaal een vreemde boom. Hij groeide nauwelijks omhoog, hij groeide vooral naar de zijkanten. De boom leunde echt op dit metalen frame. Ik vond het er heel onnatuurlijk uitzien, en werd er een beetje naar van.
Een Portugese vrouw had me zien zitten in de boom. ‘Hey jij daar’ zei ze in het Engels. ‘Je mag niet in deze boom klimmen!’ Even negeerde ik haar, want ik was nog niet van plan om er uit te komen. Hierdoor werd ze boos ‘ik bel de politie!’. Niet weer hè. Zonder iets te zeggen klom ik uit de boom en liep weg.

De tijd, die tot nu toe in slow motion was gegaan, leek ineens te versnellen. Maar niet naar een normaal tempo, maar alsof alles extra snel ging.
Ik stak de straat over, en een auto toeterde naar me omdat ik die niet gezien had. Op de stoep liep ik langs mensen die een groot stuk glas droegen. ‘kijk uit!’ zei een van de mannen.
Verderop hoorde ik ineens meerdere sirens. Oh jeej, zijn ze me toch achterna gegaan? Had die vrouw de politie gebeld?  Ik ging een steegje in maar die liep dood.
Snel liep ik verder, zonder te rennen want dat zou teveel aandacht trekken. Bij een bloemenwinkel liep ik naar binnen. Binnen heb ik mij verstopt tussen de planten totdat ik weer een beetje tot rust kwam.

ga naar het volgende hoofdstuk