# 24 Vlieg

Weer werd ik wakker, nog altijd midden op het plein, nog altijd in meditatiehouding. Weer was de tijd te snel gegaan. Ik keek om mij heen en zag een paar mensen op het eerder verlaten plein. Ik stond op en liep rond het plein.

Een jonge op een bankje sprak mij aan. ‘Hoi, kom zitten’ Zei hij met een kalme vriendelijke toon. Het was een jonge van mijn leeftijd met een wit shirt en een witte broek.
Twijfelend kwam ik zitten en begroette hem voorzichtig.
‘We hebben je geobserveerd de afgelopen dagen’ Zei hij rustig.
‘Jullie hebben mij geobserveerd?’ herhaalde ik met ongeloof in mijn stem.
‘Ja, we hebben je avontuur aangezien, je gemonitord. Je hebt veel mee gemaakt’

Dit ontroerde mij diep. Het gevoel dat ik op een queeste was werd bevestigd. Dit, daar en toen was bewijs dat het allemaal echt was. Dat het zin had wat ik deed. Dit was te gek, maar dit wou ik op dat moment geloven.

Mijn stem brak bijna van de emotie ‘zijn jullie hier om mij te begeleiden?’.

Met enthousiasme zij hij ‘Ja! Ik heb ook een queeste gedaan. En ik ben niet alleen. Wij hebben allemaal zoiets meegemaakt zoals jij.”
Hij straalde helemaal terwijl hij vertelde over het nut van dit avontuur “Dit is persoonlijk avontuur waar iedereen in onze groep door heen is gegaan, net als jij’ Ik geloofde hem.

Hij vertelde me over een groep jonge mensen met magische krachten. Er konden mensen vliegen, telekinese, elementen controleren en nog veel meer. Dingen die ik niet voor mogelijk hield. Mijn avontuur tot nu toe was een test geweest en die test had ik gehaald.

Hij legde uit wat ik al eerder gehoord had. Wij creëren onze eigen wereld, of eigen matrix met onze gedachten. Als je die gedachtegang letterlijk neemt is het logisch dat je met je gedachten beïnvloeden dus de wereld kan beïnvloeden. Er is zwaartekracht omdat wij daarvan overtuigd zijn. Laat die overtuiging los en het beïnvloeden van elementen en dus ook vliegen, word mogelijk. Deze jongen vertelde dit uit ervaring.

Het was een gedachtegang die ik maar al te graag wou geloven. Het bevestigde wat ik jaren daar voor als theorie had gehoord. Natuurlijk had ik het nooit werkelijk serieus genomen. Maar op dat moment in mijn psychose, leek het allemaal zo echt.

‘We zitten allemaal daar boven’ Zei hij, en wees naar bovenaan de muur aan het einde van het plein. Boven aan de erg hoge muur, zag ik een hekje, er leek een licht achter het hekje vandaan te komen. ‘Daar is het doel van dit avontuur.’ Zei hij op een serieuze toon. ‘We moedigen je aan om daar ook te komen,’
Ik keek weer omhoog. ‘hoe kom ik daar?’
De jonge gaf een grote lach. ‘je kunt er naartoe vliegen. Laat je overtuigingen achter je, en vlieg omhoog’.
Verschrikt keek ik hem aan, dit kon hij niet menen. ‘Ik? Vliegen? Gewoon vanaf de grond, zo opstijgen en vliegen?’ Zei ik ongelovig met een handgebaren.
‘Ja! gewoon vanaf de grond’ Zijn ogen schitterende terwijl hij het zei. “kom ik laat het je zien.”
We stonden op en liepen naar de muur waar bovenaan het hekje was, met daarachter het doel van deze reis. De muur was echter twaalf meter hoog.
‘Vliegen. Gewoon vanaf de grond.’ herhaalde ik twijfelend.
‘Ja’
Kun je mij laten zien hoe jij dat doet?
‘Nee. Jij moet jouw overtuigingen over wat echt is, en wat niet echt is los laten.” Hij liep een paar passen naar achteren. “Dit is een deel wat je alleen moet doen. Je moet dit op eigen kracht doen, en ik mag je hierbij niet helpen’ zei hij.

Dit kon niet. Toch probeerde ik te vliegen, maar ik kwam niet verder dan een sprong. ‘Hoe dan?’
‘Vlieg maar gewoon omhoog. Dan zie ik je zo daarboven.’ verzekerde hij me ‘Nu moet ik echt gaan. Ik kan je echt niet verder helpen.’ Na deze woorden liep hij weg.
Het gesprek met dit engelachtige figuur had mij helemaal overweldigd. Ik moest mezelf eerst nodig kalmeren.
Oke, oke, ik kan dit. Gewoon vliegen’ dacht ik gefocust.
Dit probeerde ik, maar dat lukte geen ene meter.

De zoveelste keer concentreerde ik me op het loslaten van de overtuiging dat ik niet kon vliegen. De overtuiging van zwaartekracht probeerde ik los te laten. Nogmaals maakte ik een sprong. Natuurlijk lukte het mij niet om te vliegen. Het ging niet, het kon niet.

Maar ik wou zo graag omhoog. Ik probeerde de muur te beklimmen. In de onderste paar meter van de muur zaten versieringen waar ik me aan kon vast houden. Het lukte een paar meter te beklimmen, maar daarna was er geen enkele mogelijkheid om verder te klimmen. Terwijl ik naar beneden keek verloor ik bijna mijn balans. Dit was te gevaarlijk.
Voorzichtig klom ik weer naar beneden. Mijn frustratie maakte me onrustig en prikkelbaar, Met mijn tanden op elkaar en geklampte vuisten liep ik rond. Gedachten stormden door mijn hoofd. ‘Hoe kon ik daar boven komen? Zou ik er misschien omheen kunnen?’ Dat leek me niet de bedoeling van deze test. ‘Zouden ze daarboven nog steeds op me aan het wachten zijn? Of zouden ze me nu daarboven uitlachen?’
Verslagen ging ik weer op het bankje zitten.

Ga naar het volgende hoofdstuk