# 26 De man die me wou opeten

Zes mei 2017

Vannacht werd ik wakker uit een nachtmerrie. Mijn vriendin werd wakker omdat ik hard  ‘Nee! Ga weg!’ schreeuwde. Ze maakte me wakker en ik kon me niet herinneren dat ik dat geschreeuwd had. Dit hoofdstuk had ik de dag ervoor geschreven. Kennelijk had ik deze ervaring in tien jaar tijd niet verwerkt.

Diezelfde avond kwam ik terecht bij de kade van Lissabon. Ondertussen was het zo diep in de nacht dat er bijna niemand meer op straat liep. Het was koud en ik was moe. Een enigszins beschutte plek om, zonder geld, te slapen kon ik echter nergens vinden.

Er liep een jongen van in de twintig. Misschien dat deze jonge mij wou helpen.
‘Hoi, hoe is het?’ zei ik vriendelijk terwijl ik naast hem kwam lopen.
‘Prima hoor’ zei hij langzaam en duidelijk onder invloed ‘nog een beetje dronken.’

Hij vertelde dat hij net van een feestje kwam en op weg was naar huis was. Ik vertelde hem dat ik op avontuur was en een slaapplek zocht.

‘Weet je een slaapplek hier een de buurt? ’ vroeg ik aan de jongen.
‘Nee man’ zei hij terwijl hij zijn hoofd schudde ‘hier in de buurt ga je niks vinden. Bovendien is het gevaarlijk om op straat te slapen’.
Hij zuchtte geërgerd ‘Je kunt wel bij mij slapen’.
‘Echt?’ zei ik blij.
‘Ja natuurlijk, je kunt naar mijn huis komen.’ En met de zelfde toon zei hij droog ’Dan eet ik je helemaal op.’
Knipperend met mijn ogen dacht ik ‘dat zal ik wel verkeert verstaan hebben’
‘Kun je dat nog eens herhalen?’
‘Natuurlijk: Je kunt naar mijn huis komen en dan eet ik je helemaal op.’ zei hij op een zeer serieuze toon.

Dit was een typische geval van een hallicunatie. In deze hallucinatie hoorde ik wat hij zei anders. Mijn hersenen maakten er wat anders van. Ik hoorde ‘dan eet ik je helemaal op’ maar hij zal wel bedoelt hebben dat hij mij eten ging geven. Ik zag er immers heel mager uit op dat moment.

Alsof er niks gebeurt was praatte hij door. ‘Het is ver lopen. Maar als je wilt kun je naar mijn huis komen en dan eet ik je zeker op.”

Nu keek ik nog eens goed naar deze man en begon na te denken over wat hier aan de hand kon zijn.
‘Wil deze man mij werkelijk op eten?’ dacht ik onzeker. Hij zag er een beetje geërgerd uit. Een beetje boos. Hij leek naar met te kijken als een roofdier. Alweer had ik het idee dat deze wereld veel meer magische diepgang had dan ik begreep. Ik voelde me niet langer veilig.

Dit is ook een voorbeeld van een waan. Ik nam een gedachte en verdraaide die naar een fantasie. Die fantasie ging ik vervolgens geloven en op reageren.

‘Misschien is het toch geen goed idee om bij jou te slapen’ zei ik voorzichtig ‘ik zoek wel een andere plek.’
Hij keek me verbaasd aan en bleef staan. ‘Maar ik heb je net verteld dat je in mijn huis kan slapen’. Zei hij geërgerd.‘Het sp
ijt me’ zei ik nerveus en ik liep al achteruit van hem weg, terug richting het centrum.
‘Wacht zei hij op een boze manier, waardoor ik alleen maar sneller weg wou van hem.
Hij keek me boos aan, gooide ze handen de lucht in, en liet ze weer vallen terwijl hij zijn hoofd weg draaide.

Het waren hallucinaties en wanen in mijn hoofd. Op dat moment leken ze alleen maar echt. Heel erg echt. Ik kon mijn oren niet geloven maar hoorde wat ik hoorde. Ik durfde mijn gevoel niet te vertrouwen maar ik voelde wat ik voelde. Hoe kon ik ontkennen dat dit niet echt was?

Ga naar het volgende hoofdstuk