# 12 onwetend psychotisch

Op het moment dat ik de psychose voor het eerst meemaakte had ik nog nooit van een psychose gehoord. Wel wist ik dat je kunt hallucineren van drugs. Dat drugs een psychose kunnen veroorzaken, en wat dat kan betekenen voor een leven, had ik toen nog niet begrepen.

 De jongens die naar mij keken vonden dat ik meer moest roken van de skunk. ‘kom op man, neem een fatsoenlijke hijs’ zij een van hen. Maar ik maakte ze duidelijk dat ik niet meer wou proberen.

Opeens kreeg ik zin een fontein te bekijken in een parkje verderop. Het leek mij beter om mijn gitaar eventjes achter te laten.
‘Let even op mijn gitaar’ zei ik tegen een van de jongens ‘ik ga daar even kijken’.

‘Dat is geen goed idee’ zei hij nog. Het duurde even maar ik wist hem te overtuigen. Vervolgens liep ik de trap af naar de fontein in het parkje.
Het was een fontein van natuur rotsen waar een beetje water uit stroomde. In deze rotsen leek ik van alles te zien. Gezichten, dieren en andere kunst. Een beetje zoals je veel kan zien in wolken. Het was fascinerend.

Deze fascinatie met dingen die mij eerder niet werkelijk interesseerden bleek later te komen omdat mijn lichaam te veel dopamine aanmaakte. Dopamine speelt een grote rol in het ervaren van geluk, genot, blijdschap en enthousiasme. De hele ervaring was ook een hele blij ervaring waarin alles fantastisch scheen te zijn.

Aan de andere kant van het park bleek een ouderwetse tram te staan. Deze was uit het zicht van de jongens maar aangezien ik maar heel even wou gaan kijken vond ik dat wel kunnen. De tram was ook fascinerend, en leeg. In mijn fascinatie leek het mij een goed plan stiekem door een openstaande raam naar binnen te sluipen, puur voor het avontuur. Aangezien niemand hier erg in scheen te hebben besloot ik dit avontuur te vervolgen door op het dak van deze tram te klimmen. Daar heb ik een tijdje heb gezeten.

Terug beneden kwam ik weer in de tram terecht. Daar schrok ik, want de conducteur was terug. Gelukkig leek ze mij niet te zien. Het was een mollige Portugese dametje druk aan het werk. Even observeerde ik haar, zag ze mij nou werkelijk niet?

Op een houterige, robot achtige manier in haar tram de klusjes doen die moesten gebeuren. Ik heb haar een tijdje geobserveerd en in die tijd bleef ze op dezelfde robotachtige manier bewegen. Toen ze mij eindelijk zag keek ze me aan met een vriendelijke lach aan.

‘We gaan dicht’ zei ze, op een robotachtige manier in het Engels.
‘Dit acteer je of niet? Je doet alsof je een robot bent!’ spurtte ik uit

Opeens leek ze te ontspannen en werden haar bewegingen weer menselijk. ‘Woa, jij snapt het!’ zei ze op een normale manier. Hier werd ik lichtelijk bang. ‘ja, eh, ik denk het. Ik ga maar weer’. En alsof ik een klant was geweest verliet ik de tram via de normale uitgang.

Eindelijk schoot het mij te binnen ‘Oh nee, die jongen had mijn gitaar nog’. Ik liep terug naar waar de jongens hadden gezeten. Ik begon me te realiseren dat het veel later was dan ik dacht. De tijd was gevlogen. Ik rende naar het bankje dat zich slechts om de hoek bevond. De jongens waren nergens te bekennen.

Volgende hoofdstuk